Colonoscopie

Alarmsignalen

De Rome criteria beschrijven ook alarmsignalen, zoals bloedige ontlasting, koorts en gewichtsverlies. Het advies luidt om alleen bij mensen met 2 alarmsignalen hebben (bijvoorbeeld verlies van bloed plus vermagering of langdurige diarree door te verwijzen naar een specialist voor inwendig onderzoek (een colonoscopie).

Ontstekingsmarkers bepalen in de ontlasting

Intensief laboratoriumonderzoek van de ontlasting kan veel opleveren.

1. De meest voorkomende oorzaken van PDS zijn niet zichtbaar en een colonoscopie kan de oorzaak van prikkelbaredarmsyndroom niet opsporen. Een colonoscopie is niet geschikt om darmparasieten, overgroei met schadelijke bacteriën, schimmels en gisten aan te tonen.

2. Geadviseerd wordt om voor een coloscopie de ontlasting te onderzoeken op ontstekingsmarkers. Wanneer je aan een ernstige ziekte denkt, zijn de volgenden testen heel bruikbaar om vast te stellen of de darm ontstoken is:

Occult bloedtest
Calprotectine
Beta-defensine
Immunoglobuline A
Lactoferrine
Weefsel transglutaminase

3. Wanneer deze markers afwijkend zijn is inwendig onderzoek zeer zinvol. De kans dat er ernstige darmaandoeningen aan het licht komen, is veel groter.

Wel of niet colonoscopie?

De richtlijnen voor huisartsen houden in onderscheid te maken tussen ernstige ziekten en andere darmklachten. Een colonoscopie kan darmkanker, darmpoliepen, ziekte van Crohn en colitis ulcerosa in kaart brengen, deze gaan gepaard met zichtbare afwijkelingen. Voordat de klachten als prikkelbaredarmsyndroom worden bestempeld, zijn er een aantal punten om rekening mee te houden:

  • · Lang niet alle artsen kennen de Rome criteria. Een recent onderzoek geeft aan dat slechts 20% van de Engelse huisartsen de criteria kennen en slechts 4% er gebruik van maakt. Van de Europese huisartsen kende 77% geen enkel diagnostische criterium.
  • · Inwendig onderzoek zal bij slechts een zeer klein percentage van de mensen met chronische darmklachten iets afwijkends aan het licht brengen. Ernstige aandoeningen zijn darmkanker en darmontstekingen: colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Deze ziekten komen voor bij 2 personen per 1000. Dikke darmkanker komt voor bij 1 op de 1500 personen. De kans dat een patiënt met chronische darmklachten een darmontsteking zoals colitis ulcerosa of darmkanker heeft, is dan ook zeer klein. Echter darmkanker en ontstekingsziekten komen voor bij 1:1500 mensen de kans hierop is dus heel klein.
  • · Een inwendig onderzoek van de dikke darm zal geen glutenallergie aantonen. Een glutenallergie is immers een aandoening van de dunne darm. Een groot aantal PDS patiënten is gevoelig voor gluten en voelt zich beter bij een glutenvrij dieet.

 

Om over na te denken

• De arts moet onderscheid maken tussen milde darmklachten, PDS als een functionele psychische aandoening en ernstige darmziekten. Dat wil zeggen dat darmklachten van mildere aard niet belangrijk genoeg gemaakt worden. Darmklachten veroorzaken veel ellende, werkverlies en brengen grote kosten met zich mee. Iedereen heeft recht op behandeling van klachten ook wanneer er geen ernstige ziekte is.

• Wanneer er parasieten worden aangetroffen in de darm en deze niet worden herkend als oorzaak van PDS is er iets ernstig mis. Wanneer bij PDS de bacterie Dientamoeba fragilis aanwezig is, wordt door veel artsen dit organisme als onschadelijke beschouwd terwijl het wereldwijd bekend staat als schadelijk organisme dat typische PDS klachten veroorzaakt. Parasieten noch darmklachten krijgen voldoende aandacht. Een plus een is nog altijd twee en niet nul. PDS klachten plus parasieten = oorzaak en oplossing. Jarenlang zijn mensen belast om in een week door een parasietenkuur van alle problemen af te komen.

• De arts verdiept zich vaak niet genoeg in het onderwerp voeding. De arts zal zich in veel gevallen niet realiseren dat brood – dat tot het dagelijkse menu behoort –  PDS klachten kan veroorzaken. De arts denkt er niet aan om te adviseren om gluten en tarwe te elimineren om te zien of de klachten verminderen.

Een gebrek aan inzicht in de functie van de darm en gebrek aan toepassing van de diagnostische mogelijkheden veroorzaken bij velen meer stress dan noodzakelijk is. Wanneer er geen uitvoerig laboratoriumonderzoek plaatsvindt zal dit de ziekteduur verlengen. De klachten worden niet serieus genomen, de patiënt krijgt te horen dat er geen ziekte is de klachten van psychische aard is en niet onderzocht hoeft worden. Er is sprake van een medisch, communicatief en ook ethisch falen.